Pasa El agoa

Herkomst

Dit is een volksliedje uit Galicië (Noord-Spanje) en dateert van zes eeuwen her. Het komt uit een traditie waarin liederen uit het hoofd werden gezongen en uit het hoofd aan de volgende generatie doorgegeven. Dit lied is uiteindelijk genoteerd in het Cancionero de Palacio, tussen 1465 en 1505. Het Galicisch is zowel verwant aan het Spaans als aan het Frans. Tegenwoordig komen we tal van uitvoeringen van dit lied tegen, maar meestal beperken die zich tot de eerste regel van het couplet. Wij zingen het in zijn geheel, zoals het in het Cancionero de Palacio is opgetekend.  
Het is een lied, met de intrigerende, voor die tijd kenmerkende harmonieën (de stemvoering, het vaak ontbreken van tertsen), en rauwheid (het stuwende ritme, in sommige versies versterkt door trommels), maar dat verklaart maar een deel. Het is meer dan muzikale smaak of voorkeur, het is een herkenning van iets waarvan je niet wist dat je het kende. Een opwindend soort heimwee naar een plaats waar je nooit geweest bent. 

Lied tekst

Pasa el agua, ma Julietta dama.
Pasa el agua, venite vous a moy.
Je m’en anay en un vergel. (2x)
Tres rosetas fui culler ma Julioletta dama.
Pasa el agua, venite vous a moy.

”Pasa el agua.” Pediame mi amada.
“Traeme el agua del rio azul,
bebimos juntos, encima de la cama.”
”Traeme el agua del rio azul.”

Paseabamos por el huerto, recogia el fruto,
por la boca abierta, esperando.
Mi Julietta, ya despierta,
Mi bella durmiente, siempre famélico.

Cogia una rosa, pequeña y bonita,
para mi amada, mi Julietta,
que tiene los ojos, azules y profundos,
como el agua del rio azul.

Le tenia cariño a mi amada.
Con los labios dulces acariciabame
y susurraba: ”Traeme el aqua,
el agua de la fuente de la vida.”

Kom over het water, Julietta mijn vrouwe.
Kom over het water, kom tot mij.
Ik kwam in een boomgaard.
Drie rozen heb ik geplukt, Julietta mijn vrouwe.
Kom over het water, kom tot mij.

”Kom over het water” bidde mij mijn geliefde .
”Breng mij het water van de blauwe rivier,
we drinken samen, bovenop het bed. ”
”Breng mij het water van de blauwe rivier.”

Wandelend door de boomgaard plukte ik een vrucht, voor de geopende, verlangende mond.
Mijn Julietta, juist ontwaakt,
mijn schoone slaapster, altijd hongerig.

Ik plukte een roos, klein en mooi,
voor mijn geliefde, mijn Julietta,
die ogen heeft, blauw en diep
als het water van de blauwe rivier.

Ik had mijn beminde lief.
Met haar zoete lippen streelde ze mij
en fluisterde: “Breng mij het water,
het water van de bron van het leven”