April is in my mistress’ face

Dit lied is een vierstemmige madrigal uit 1594 is gecomponeerd door renaissance componist, Thomas Morley. De tekst is afkomstig van de Italiaanse dichter Livio Celiano en is rond 1587 geschreven.

Het nummer is vrij kort, waarbij de vier partijen elkaar overlappen en interessante harmonieën creëren. Het werd in 1597 gepubliceerd in Morley’s Madrigalls to Four Voyces.

Geleid door een zeer lichte sopraanmelodie, die ogenschijnlijk een waardering is voor de frisse schoonheid van zijn geliefde, ontwikkelt de madrigaal zich door de seizoenen heen, aanvankelijk alsof hij een positief beeld van zijn minnares vormt, eerst haar gezicht vergelijkt met April – fris en mooi, als een lentedag.

Juli, een maand van warmte en passie, is in haar ogen. September, een tijd van volwassenheid, ligt in haar borst.
Maar in de laatste zin verandert de sleutel wanneer haar ware persoonlijkheid wordt onthuld:
‘Maar in haar hart een koude december.’

Au!

Lied tekst

April is in my mistress’ faceApril schijnt in het gezicht van mijn minnares
April is in my mistress’ face,
And July in her eyes hath place;
Within her bosom is September,
But in her heart a cold December.
April schijnt in het gezicht van mijn minnares,
En juli heeft plaats in haar ogen;
In haar boezem is september,
maar in haar hart een koude december.

verdere info:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_Morley